Een thema dat de voorbije jaren nauwelijks aandacht kreeg in de officiële berichtgeving en ook bij de beslissing op 15 en 16 juni maar heel kort en oppervlakkig benoemd werd, is de toelating van de nieuwe generatie GGO’s, de NGT’s (Nieuwe Genomische Technieken, waaronder Cripr-cas). Dit zonder enige ruimte voor amendementen en zonder uitsluiting van patenten op natuurlijke eigenschappenen. Verder werd er een Europese zadenwet goedgekeurd die naast inzet op genetische diversiteit naadloos aansluit bij het in de handel brengen van de nieuwe GGO’s, iets wat tot nog toe wegens de veiligheidsrisico’s was aan banden gelegd. Zo kiest Europa voor innovatie, biotechnologie en maakt ze de transitie naar een duurzaam, biologisch landbouwsysteem onmogelijk.
Er waren nochtans bezorgde burgers die wilden weten wat er op het bord komt en om etikettering en vrije keuze vroegen. Er waren veredelaars die aandrongen op transparantie in het veredelingsproces en aandrongen op een ban van patenten omdat deze elke vernieuwing in de weg stonden. En, niet te vergeten, de inzet van de biologische en agro-ecologische sector en middenveldbewegingen die zich inzetten voor natuur-inclusieve landbouw, kortom de waarden die we in ons natuur-mens-zijn erkennen als intrinsiek en waarachtig.
Deze bezorgdheden waren opgenomen in de uitgewerkte amendementen, die dag van de beslissing in het Europees Parlement, maar keurig omzeild door het nemen van een ‘te korte bocht in het wielerparcours’ op het cruciale moment.
Nu is er de prangende vraag hoe de biologische sector GGO-vrij kan blijven op de akker, in de handel en in het eindproduct, vandaag en in de toekomst?
Zo gaan we op Akelei en in de biologische sector in het algemeen, maar ook met Vitale Rassen, (ongewenste inkruising met NGT’s) een onzekere toekomst tegemoet. In het heetste van de zomer, waar de noodzaak van aanpassing van ons landbouwsysteem als een luide roep klinkt en waar we de oplossing zien in de agrobiodiversiteit voelen we ons door de politiek
en de lobby van de industrie schaakmat gezet.
We hebben meer dan ooit onderzoekers nodig die mee met hun laarzen op onze akkers komen staan. Het gemakkelijke spel van knippen en plakken van genetisch materiaal in het labo is uitnodigend en verleidelijk, maar is er ook enig besef van de realiteit van ons complex landbouw- en voedselsysteem?
Inzetten op agrobiodiversiteit is hier voor ons het sleutelwoord, naast innovatie die de agro-ecologische transitie ten goede komt.
Meer nog, de inherente waarde van onze natuur staat centraal. Voor onze bodem en alles wat er op gedijt dragen we zorg. Hier hoort gelijkwaardigheid, respect en rechtvaardigheid. In die gedrevenheid deel te mogen zijn van de natuur staan we sterk. Dit verhaal en deze visie voedt ons, ook fysiek in de keuze naar volwaardig, vitaal voedsel. In dit holistisch wereldbeeld waar het kleine invloed heeft op het grote en het binnenste het ‘buiten’ beroert en omgekeerd, zijn we met elkaar verbonden en blijven we geloven in het natuurgetrouwe dat wij met elkaar vrij maken.
‘Wat je voedt in je leven zal bloeien’
Van harte,
Greet Lambrecht voor Akelei en Vitale Rassen
Meer lezen:
Het interview van Ruben Segers van de Kollebloem, in Landbouwleven
Verder een aanrader: ‘Van wie is het zaad’ van Esmeralda Borgo
